
Hoeveel belasting betaal je over je spaargeld in 2026?
Belasting • Box 3 • Sparen en beleggen
“Hoeveel belasting betaal ik eigenlijk over mijn spaargeld en beleggingen?” Die vraag wordt steeds relevanter zodra je vermogen begint op te lopen. Het antwoord is minder simpel dan één vast belastingpercentage over je banksaldo of beleggingsportefeuille. Spaargeld en beleggingen vallen namelijk in Box 3 en worden bij de standaardberekening verschillend behandeld.
In 2026 geldt een heffingsvrij vermogen van €59.357 per persoon. Voor fiscale partners samen is dat €118.714. Boven deze grens kijkt de Belastingdienst naar de verdeling van je vermogen tussen banktegoeden, beleggingen en andere bezittingen en eventuele schulden. Vooral voor beleggers is dat belangrijk, omdat voor beleggingen een aanzienlijk hoger fictief rendement geldt dan voor spaargeld.
Hoe werkt Box 3 voor spaargeld en beleggingen?
Bij de standaardberekening van Box 3 betaal je niet rechtstreeks belasting over het saldo op je spaarrekening of over de waarde van je aandelen. De Belastingdienst berekent eerst een fictief rendement over verschillende onderdelen van je vermogen. Daarna wordt over het berekende Box 3-inkomen belasting geheven.
Voor 2026 wordt voorlopig gerekend met 1,28% rendement voor banktegoeden. Voor beleggingen en andere bezittingen geldt 6,00%. Voor schulden wordt voorlopig gerekend met ongeveer 2,70%. Het Box 3-belastingtarief bedraagt vervolgens 36% over het berekende belastbare rendement.
Het verschil tussen 1,28% en 6,00% is belangrijk. €100.000 spaargeld levert in de fictieve berekening €1.280 rendement op, terwijl bij €100.000 aan beleggingen wordt gerekend met €6.000 rendement. Dat betekent niet automatisch dat je met beleggen financieel slechter af bent: beleggingen hebben ook een hoger verwacht rendement en bij werkelijk rendement kunnen andere regels relevant worden. Lees ook Waarom passief beleggen zo populair is geworden.
Heffingsvrij vermogen in 2026
Iedere belastingplichtige heeft in Box 3 recht op een heffingsvrij vermogen. In 2026 bedraagt dit €59.357 per persoon. Voor fiscale partners samen is de vrijstelling €118.714. Zolang je totale belastbare Box 3-vermogen onder deze grens blijft, betaal je in principe geen Box 3-belasting.
Voor deze grens worden je verschillende Box 3-bezittingen bij elkaar opgeteld. Heb je bijvoorbeeld €40.000 spaargeld en €30.000 aan ETF’s, dan bedraagt je vermogen samen €70.000. Zonder fiscale partner zit je daarmee boven het heffingsvrij vermogen, ook al staat je spaargeld afzonderlijk onder de grens.
Naast spaargeld en aandelen kunnen ook beleggingsfondsen, ETF’s, obligaties, crypto, een tweede woning en bepaalde andere bezittingen in Box 3 vallen. Bepaalde schulden kunnen na toepassing van de schuldendrempel worden meegenomen. De waarde op 1 januari van het belastingjaar is bij de forfaitaire berekening het uitgangspunt.
Rekenvoorbeeld: €150.000 spaargeld of €150.000 beleggingen
Stel dat je €150.000 spaargeld hebt en geen fiscale partner. Het heffingsvrij vermogen bedraagt €59.357, waardoor een grondslag van €90.643 overblijft. Over het totale spaargeld wordt voorlopig gerekend met 1,28% fictief rendement: €150.000 × 1,28% = €1.920. Na toepassing van het aandeel van je vermogen boven de vrijstelling blijft een belastbaar Box 3-rendement van ongeveer €1.160 over. Tegen 36% komt de belasting in dit vereenvoudigde voorbeeld uit op ongeveer €417.
Stel nu dat dezelfde €150.000 volledig uit beleggingen bestaat. Het bedrag boven het heffingsvrij vermogen blijft €90.643, maar het fictieve rendement verandert sterk. Bij 6,00% bedraagt het fictieve rendement over €150.000 namelijk €9.000. Als dezelfde verhouding boven de vrijstelling wordt toegepast, resteert grofweg €5.439 belastbaar rendement. Tegen 36% komt dat neer op ongeveer €1.958 Box 3-belasting.
Dit verschil laat zien waarom de samenstelling van je vermogen belangrijk is. Twee mensen met exact €150.000 vermogen kunnen een heel andere Box 3-heffing krijgen wanneer de één alleen spaargeld heeft en de ander voornamelijk belegt.
Wat als je zowel spaargeld als beleggingen hebt?
De meeste vermogens bestaan niet volledig uit één categorie. Stel dat je €50.000 spaargeld en €100.000 beleggingen hebt. Dan wordt eerst afzonderlijk een fictief rendement berekend: over het spaargeld 1,28% en over de beleggingen 6,00%. Vervolgens worden deze bedragen gecombineerd en wordt rekening gehouden met het heffingsvrij vermogen.
In dit voorbeeld bedraagt het fictieve rendement €640 over het spaargeld en €6.000 over de beleggingen, samen €6.640. Omdat niet het volledige vermogen boven de vrijstelling valt, wordt uiteindelijk slechts een evenredig gedeelte daarvan als belastbaar Box 3-rendement meegenomen. Daarna geldt het tarief van 36%.
Juist bij een combinatie van spaargeld, beleggingen, crypto, vastgoed en schulden kan de berekening snel ingewikkeld worden. Daarom is het verstandig om niet alleen je totale vermogen te kennen, maar ook hoe dat vermogen is verdeeld. MijnVermogen helpt je juist om die verschillende onderdelen op één plek te bekijken.
Werkelijk rendement kan vooral voor beleggers belangrijk zijn
Naast de forfaitaire berekening bestaat de mogelijkheid om uit te gaan van je werkelijke rendement wanneer dat lager is dan het fictieve rendement. Dat kan vooral relevant zijn voor beleggers in jaren waarin aandelen, ETF’s of crypto weinig rendement opleveren of zelfs in waarde dalen.
Werkelijk rendement betekent niet alleen ontvangen dividend of rente. Ook waardestijgingen en waardedalingen van beleggingen tellen mee, zelfs wanneer je de beleggingen niet hebt verkocht. Bij een portefeuille die bijvoorbeeld 2% werkelijk rendement behaalt terwijl de forfaitaire methode met 6% rekent, kan het daarom lonen om te onderzoeken of de tegenbewijsregeling gunstiger is.
Een belangrijk verschil is dat bij de berekening van werkelijk rendement geen heffingsvrij vermogen wordt toegepast zoals bij de fictieve methode. Werkelijk rendement doorgeven is daardoor niet automatisch voordeliger. Je moet beide methoden vergelijken. Lees hierover ook Werkelijk rendement in Box 3: wanneer betaal je minder belasting?.
Sparen, beleggen of schulden aflossen: kijk naar het totaal
Het verschil in Box 3-belasting betekent niet dat spaargeld automatisch beter is dan beleggen. Spaargeld kent een lager fictief rendement, maar het verwachte werkelijke rendement ligt doorgaans ook lager. Beleggingen worden forfaitair zwaarder belast, maar bieden op lange termijn meer groeipotentieel en brengen tegelijkertijd meer risico met zich mee.
Heb je vermogen ruim boven de vrijstelling, dan kun je kijken naar de verhouding tussen buffer, beleggingen en schulden. Extra aflossen op een hypotheek kan bijvoorbeeld je rentelasten verlagen en vermogen uit Box 3 laten verdwijnen wanneer het geld wordt gebruikt voor aflossing op de eigen woning. Of dat aantrekkelijker is dan beleggen hangt af van je hypotheekrente, verwacht rendement, risico en behoefte aan flexibiliteit. Lees ook Hypotheek aflossen of beleggen: zo maak je de keuze in 2026.
Dit artikel is geen persoonlijk financieel of fiscaal advies. Het percentage van 1,28% voor banktegoeden en 2,70% voor schulden is voor 2026 voorlopig. Voor beleggingen en andere bezittingen geldt voor 2026 een forfaitair percentage van 6,00%. Controleer voor je persoonlijke situatie altijd de actuele informatie van de Belastingdienst.
Met MijnVermogen krijg je dat overzicht op één plek. Zo zie je sneller hoeveel spaargeld en beleggingen je hebt, hoe je vermogen is verdeeld en waar kansen liggen om slimmer te sturen op rendement, risico en Box 3.
Wil je meer grip op je geld en vermogen? Maak dan een account aan bij MijnVermogen en ontdek hoe eenvoudig financieel inzicht kan zijn.
Klaar om meer grip te krijgen op je vermogen?
Maak een account aan en ontdek hoe MijnVermogen je helpt met inzicht in je spaargeld, beleggingen, Box 3 en vermogensopbouw.
Begin vandaag nog!